portie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • por·tie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘(aan)deel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord portie porties
verkleinwoord portietje portietjes

Zelfstandig naamwoord

portie v

  1. een deel van een voorraad toebedeeld aan een bepaald persoon
    • Ieder kreeg zijn portie hutspot en de hele hongerige groep begon gretig te eten. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen