organiseren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • or·ga·ni·se·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Franse organiser. Het Middelnederlands kende het woord in de betekenis "orgelspelen". Later ontleende betekenissen zijn achtereenvolgens "van organen/hulpmiddelen voorzien" en "regelen, structureren" met het achtervoegsel -eren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
organiseren
organiseerde
georganiseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

organiseren

  1. overgankelijk een bepaalde structuur aanbrengen
  2. overgankelijk iets, vaak een evenement, tot stand brengen
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie