gierig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gie·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gierig gieriger gierigst
verbogen gierige gierigere gierigste
partitief gierigs gierigers -

Bijvoeglijk naamwoord

gierig [2]

  1. geen geld of bezit aan een ander willende geven
    Die gierige man wilde ons niet trakteren op een biertje nadat we hem hadden geholpen.
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal