bioscoop

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bio·scoop
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bioscoop bioscopen
verkleinwoord bioscoopje bioscoopjes

[1]

Zelfstandig naamwoord

bioscoop m

  1. (media) een gebouw waarin mensen in stoelen naar een film geprojecteerd op een groot scherm kunnen kijken
    - Samen met je vriendje of vriendinnetje naar de bioscoop gaan is een favoriet uitje voor jongeren.
    - Oudere bezoekers vormen de harde kern van het publiek van de 113 gesubsidieerde filmtheaters in Nederland. Volgens de Stichting Filmonderzoek zijn de meeste bezoekers 40- tot 54-jarigen. Op de tweede plaats komen de 65-plussers. In commerciële bioscopen is juist het bereik onder jongeren het hoogste en komen ouderen het minste.[2]
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Claudia Kammer NRC 28 april 2016