insect

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·sect
enkelvoud meervoud
naamwoord insect insecten
verkleinwoord insectje insectjes

Zelfstandig naamwoord

insect o

  1. (dierkunde) geleedpotige met drie paar poten en geen, één of twee paar vleugels
    Kabinet wil dat Nederlanders vaker insecten eten [1]
Schrijfwijzen
  • Tussen 1954 en 1995 was de voorkeursspelling "insekt". De voorkeursspelling is echter niet de nieuwe spelling geworden omdat andere woorden, zoals dialect op -ect eindigden en daar is dit woord aan aangepast.
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. www.nu.nl


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
insect insects

Zelfstandig naamwoord

insect

  1. (dierkunde) insect.
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen