hotel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Hotelhôtel, hotell

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·tel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hotel hotels
verkleinwoord hotelletje hotelletjes

Zelfstandig naamwoord

hotel o

  1. (bouwkunde), (toerisme) een plaats waar mensen kunnen overnachten tegen betaling
  2. spelwoord van het ITU/NAVO-spellingalfabet voor de letter h
Synoniemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Indonesisch

Woordafbreking
  • ho·tel

Zelfstandig naamwoord

hotel

  1. (bouwkunde), (toerisme) hotel
Afgeleide begrippen


Slowaaks

Uitspraak
  • IPA: /ɦɔtɛl/
Woordafbreking
  • ho·tel

Zelfstandig naamwoord

hotel m

  1. (bouwkunde) (toerisme) hotel
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • bývať v hoteli
  • horský hotel
  • trojhviezdičkový hotel - driesterrenhotel
Verwante begrippen

Meer informatie


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·tel
enkelvoud meervoud
hotel hoteles

Zelfstandig naamwoord

hotel m

  1. (bouwkunde), (toerisme) hotel


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·tel
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Franse hôtel

Zelfstandig naamwoord

hotel m onbezield

  1. (bouwkunde) (toerisme) hotel
Verbuiging
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
Verwante begrippen

Meer informatie

Verwijzingen