restaurant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een restaurant

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • res·tau·rant
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, zie aldaar voor de verdere etymologie. In de betekenis van ‘eethuis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1862 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord restaurant restaurants
verkleinwoord restaurantje restaurantjes

Zelfstandig naamwoord

restaurant o

  1. (horeca) uitgaansgelegenheid waar men tegen betaling een maaltijd en drank kan nuttigen
    • Er is een restaurant om de hoek. 
  2. (voeding) versterkende voeding of ander middel
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  restaurant     le restaurant     restaurants     les restaurants  

Zelfstandig naamwoord

restaurant m

  1. restaurant

Werkwoord

restaurant

  1. tegenwoordig deelwoord (participe présent) van restaurer


Engels

enkelvoud meervoud
restaurant restaurants

Zelfstandig naamwoord

restaurant

  1. restaurant