Naar inhoud springen

kwamen

Uit WikiWoordenboek
  • kwa·men
vervoeging van
komen

kwamen

  1. meervoud verleden tijd van komen
    • Wij kwamen. 
    • Jullie kwamen. 
    • Zij kwamen. 
     Door een kier onder de deur kwamen er steeds sneeuwvlokken naar binnen gewaaid en ik voelde mijn slaapzak langzaam vochtig worden.[1]
     Ze keek naar Olive achter de ezel en naar Isaacs gelaatstrekken die tot leven kwamen op het houten paneel voor haar.[2]
     Met een gewichtig en blij gevoel kwamen ze aan bij het scheepvaartkantoor, en ze spraken met de muilezeldrijver af wanneer hij hen weer moest ophalen.[2]
     In de avondschemering kwamen ze weer terug op de finca, moe maar voldaan.[2]
  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. 1 2 3
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704