zaak

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zaak
enkelvoud meervoud
naamwoord zaak zaken
verkleinwoord zaakje zaakjes

Zelfstandig naamwoord

zaak v/m

  1. een term waarmee een ding of een voorstelling van de geest aangeduid wordt die geen persoon is
    • Dit is een vervelende zaak. 
  2. iets dat men te behartigen heeft, een aangelegenheid, affaire
    • Wij behartigen uw zaak altijd. 
  3. (handel) een transactie of handel
    • Hij doet al jaren zaken met hem. 
  4. een onderneming of bedrijf
    • Wij bezitten een zaakje in het dorp. 
  5. (juridisch) een rechtszaak, geding, gerechtszaak, rechtsgeding
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [5] De zaak komt voor in december 2010.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen