stekeblind

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ste·ke·blind
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen stekeblind
verbogen stekeblinde
partitief stekeblinds

Bijvoeglijk naamwoord

stekeblind

  1. helemaal blind
    • Albino-olifantje Little Pinky dreigt stekeblind te worden[4] 
    • Íedereen in dit dossier is stekeblind geweest', zegt Paci in Het Laatste Nieuws. 'Zijn voormalige advocaat, het gevangeniswezen, het parket en justitie. En mijn cliënt zelf? Die snapt het gewoon niet', aldus de advocate.[5] 
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • stekeblind moeten zijn, om iets niet te zien
dat is zo duidelijk, dat het eigenlijk niet over het hoofd te zien is
  • Door dat zelf hardop te zeggen, speelt de minister simpelweg de zwartepiet toe aan anderen, die daarna doorgaan voor ‘troetelbeertjes’, politiek correcte lui, mensen die tot nog toe stekeblind zijn gebleven en bovendien weigeren hun ogen te openen.[6]
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[7]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Middelnederlandsch Woordenboek
  3. stekeblind op website: Etymologiebank.nl
  4. Tubantia Tom Tates 11-JANUARI-2017
  5. Volkskrant 30 juni 2015
  6. de Standaard 1 MAART 2017
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be