chaos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Chaoskaos

Nederlands

chaos
Uitspraak
Woordafbreking
  • cha·os
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord chaos -
verkleinwoord chaosje chaosjes

Zelfstandig naamwoord

chaos m

  1. grote wanorde, ongeordendheid, verwarring
    • De stroomstoring zorgde voor chaos. 
  2. (wiskunde) praktisch onvoorspelbaarheid van uitkomsten die in sommige ingewikkelde stelsels van vaste rekenregels ontstaat door minieme verschillen in beginwaarden
    • Chaos is het effect van exponentieel toenemende onzekerheid. 
    chaos bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
  • IPA: /keɪɒs/
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
chaos chaoses

Zelfstandig naamwoord

chaos

  1. chaos