kannetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kan·ne·tje

Zelfstandig naamwoord

kannetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kan

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.