vreugde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vreug·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vreugde vreugden,
vreugdes
verkleinwoord vreugdetje vreugdetjes

Zelfstandig naamwoord

vreugde v

  1. een blij gevoel
     Ik gooi mijn vreugde omhoog
    als vogels aan de hemel.
    De duisternis is weggefladderd
    en ik ben blij met het licht!
    [3]
     Toen ik zei dat ik helaas nog niet wist hoelang ik van plan was te blijven en dat ik hoopte dat dat geen probleem zou zijn, wuifde hij mijn zorgen weg met een elegant handgebaar en bezwoer hij mij dat het een eer was voor het etablissement en een persoonlijk genoegen voor hemzelf om mij als gast te mogen beschouwen en dat hij alleen maar kon wensen dat deze vreugde langdurig zou mogen zijn.[4]
Schrijfwijzen
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen