pop

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pop
enkelvoud meervoud
naamwoord pop poppen
verkleinwoord poppetje, popje poppetjes, popjes

Zelfstandig naamwoord

pop v/m

  1. nagemaakte mens, meest als speeltuig
    Zij speelt met haar poppen.
  2. het stadium tussen larve en imago van een insect
    De pop van deze zijderups is ingesponnen in zijde.
  3. wijfjesvogel
    Hij heeft drie poppen van die kleurkanarie.
  4. prop
  5. binnenste van een sigaar
  6. gulden
pop v
  1. popmuziek
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
de poppen aan het dansen
  1. herrie
een teer poppetje
  1. iemand die zeer kwetsbaar is
poppetje gezien kastje dicht
  1. ik laat het je nu verder niet meer zien
Vertalingen

Meer informatie