dom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: -dom
Uitspraak
Woordafbreking
  • dom
1. enkelvoud meervoud
naamwoord dom alternatief:
(domkerken)
verkleinwoord - -
2. enkelvoud meervoud
naamwoord dom dommen
verkleinwoord dommetje dommetjes
3. - 4. enkelvoud meervoud
naamwoord dom doms
verkleinwoord dommetje dommetjes

Zelfstandig naamwoord

dom m [1]

  1. kathedraal, de hoofdkerk van een bisdom [2]
  2. dak in de vorm van een halve bol
  3. Portugese eretitel
  4. titel van een benedictijner monnik
Synoniemen
  1. (hoofdkerk)
  2. (boldak)
Verwante begrippen
  1. (hoofdkerk)
Afgeleide begrippen
Opmerkingen
  • In de betekenis van kathedraal is het alleen gangbaar voor het aanduiden van een bepaald kerkgebouw, bijvoorbeeld "de dom van Utrecht" of "de Keulse dom", maar niet onbepaald (met het lidwoord een) of in het meervoud [3]. Hiervoor kan beter (een vorm van) het woord "domkerk" worden gebruikt.
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen dom dommer domst
verbogen domme dommere domste
partitief doms dommers -

Bijvoeglijk naamwoord

dom [4]

  1. van weinig verstand getuigend
  2. min of meer toevallig
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • zich van de(n) domme houden
    • zich onnozel voordoen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal
  4. Woordenboek der Nederlandse taal


Pools

Uitspraak
  • IPA: /d̪ɔm/
Woordafbreking
  • dom

Zelfstandig naamwoord

dom m

  1. huis
    «Ich nowy dom ma trzy łazienki.»
    Hun nieuw huis heeft drie badkamers.
  2. thuis
Verbuiging


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • dom

Zelfstandig naamwoord

dom g

  1. dom (koepel)
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   dom     domen     domer     domerna  
genitief   doms     domens     domers     domernas  

Zelfstandig naamwoord

dom g

  1. vonnis
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   dom     domen     domar     domarna  
genitief   doms     domens     domars     domarnas