Naar inhoud springen

ademhalen

Uit WikiWoordenboek
  • adem·ha·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ademhalen
haalde adem
ademgehaald
zwak -d volledig

ademhalen

  1. inergatief door levende wezens inblazen en uitblazen van lucht om zuurstof te krijgen
    • Zijn vader was erg zwaar aan het ademhalen en moest naar het ziekenhuis. 
     'Ja, dat is een feit. Maar is schrijven voor jou dan niet net zo natuurlijk als ademhalen?'[1]
     Alsof je niet weet dat je kunt ademhalen en dan inademt.[2]
     ' Ik hoorde haar plotseling ademhalen en ze antwoordde: 'Ja, ja, natuurlijk, mijn god, dat spreekt vanzelf, sorry.[3]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. Jessie Burton (vert.Marja Borg)
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Cheryl Strayed
    “Wild : over jezelf verliezen, terugvinden & 1700 kilometer hiken” (2012), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021803555
  3. Tatiana Rosnay
    “Kwetsbaar” (2010), Artemis & co, ISBN 9789047201625
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be