miljoen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Telwoord (nl)
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
30 31 32 33 34 35 36 37 38 39
40 41 42 43 44 45 46 47 48 49
50 51 52 53 54 55 56 57 58 59
60 61 62 63 64 65 66 67 68 69
70 71 72 73 74 75 76 77 78 79
80 81 82 83 84 85 86 87 88 89
90 91 92 93 94 95 96 97 98 99
100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000
100 103 106 109 1012 1015 1018 1021 1024 1027


Woordafbreking
  • mil·joen
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘telwoord’ voor het eerst aangetroffen in 1510 [1]
  • Het woord gaat terug op het Italiaanse milione, gevormd uit mille «duizend» met het achtervoegsel -one dat een vergrootwoord vormt. De oorspronkelijke betekenis is dus "grootduizend", zonder precieze getalsmatige waarde. In de dertiende eeuw raakte het woord in andere Europese talen bekend. Pas in de 17e kreeg het een vaste getalswaarde van 1.000.000.

Hoofdtelwoord

miljoen

  1. 1.000.000 (= 106)
    • In het heelal zijn er inmiddels wel honderd miljoen zwarte gaten aanwezig 
enkelvoud meervoud
naamwoord miljoen miljoenen
verkleinwoord miljoentje miljoentjes

Zelfstandig naamwoord

miljoen o

  1. het getal 1.000.000
    • Het aantal gebruikers is vorige maand het miljoen gepasseerd. 
  2. 1.000.000 eenheden of exemplaren
    • In het wild leven er van deze vogel toch nog enkele miljoenen. 
    • Hij heeft in de loterij een miljoen gewonnen. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

Telwoord (afr)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400
5 15 50 500
6 16 60 600
7 17 70 700
8 18 80 800
9 19 90 900

Hoofdtelwoord

miljoen

  1. miljoen



Fries

Telwoord (fry)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027

Hoofdtelwoord

miljoen

  1. miljoen