Naar inhoud springen

minste

Uit WikiWoordenboek
  • min·ste

minste

  1. verbogen vorm van de overtreffende trap van weinig

minste

  1. verbogen vorm van de overtreffende trap van min

minste

  1. verbogen vorm van de stellende trap van minst
     Van de kinderen tot vier jaar haalde driekwart ten minste één vaccinatie, en hetzelfde gold voor ouderen en mensen die op medische gronden voor vaccinatie in aanmerking kwamen.[1]
     Het bovenstaande roept ten minste twee vragen op.[2]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. Roel Coutinho
    “Epidemieën en pandemieën” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025310592
  2. Chiel van den Akker
    “Geschiedenis” (2019), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025310578
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  • mins·te

minste, m / v / o / mv

  1. bepaalde vorm enkelvoud en meervoud van de overtreffende trap van liten
  • mins·te

minste, m / v / o / mv

  1. bepaalde vorm enkelvoud en meervoud van de overtreffende trap van liten