Indo-Europees

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • In·do - Eu·ro·pees
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen Indo-Europees Indo-Europeser Indo-Europeest
verbogen Indo-Europese Indo-Europesere Indo-Europeeste
partitief Indo-Europees Indo-Europesers -

Bijvoeglijk naamwoord

Indo-Europees

  1. betrekking hebbend op Indo-Europeanen
    Europa werd vroeger bewoond door verschillende Indo-Europese volkeren.

Zelfstandig naamwoord

Indo-Europees o

  1. (taal) de gereconstrueerde taal die als voorganger van de Indo-Europese taalfamilie gezien wordt
    Het Indo-Europees had waarschijnlijk acht naamvallen, drie geslachten en drie getallen.


Meer informatie