diesel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

[3] diesel
Uitspraak
Woordafbreking
  • die·sel
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘soort motor en de brandstof daarvoor’ voor het eerst aangetroffen in 1907 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord diesel diesels
verkleinwoord dieseltje dieseltjes

Zelfstandig naamwoord

diesel m [3] afkorting van een aantal samenstellingen:

  1. dieselmotor
    • Een diesel heeft geen bougies nodig want de brandstof ontbrandt spontaan door de hoge druk en temperatuur in de cilinder. 
  2. voertuig dat met een dieselmotor wordt aangedreven
    • Veel zakelijke personenauto's zijn diesels. 
  3. brandstof die geschikt is voor zo'n motor, dieselolie
    • In Nederland is een liter diesel goedkoper dan een liter benzine. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
dieselen

diesel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dieselen
    • Ik diesel. 
  2. gebiedende wijs van dieselen
    • Diesel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dieselen
    • Diesel je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen