begrijpen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
begrijpen begrijpend
begrip begrepen
- begrijpelijk
Uitspraak
Woordafbreking
  • be·grij·pen
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘vatten, omvatten’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • Afgeleid van grijpen met het voorvoegsel be-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
begrijpen
begreep
begrepen
klasse 1 volledig

Werkwoord

begrijpen

  1. overgankelijk met het verstand vatten, snappen
    • Hij begreep het pas na een lange uitleg. 
     Ik kan niet alles letterlijk reproduceren en ik moet toegeven dat ik ook niet alles verstond, omdat ik niet was voorbereid op deze uitbarsting van Franse poëzie, maar ik verstond genoeg om te begrijpen dat het ging om een feministische visie op drie verlaten vrouwen uit de mythologie, Nausica, Medea en Dido, die volgens mij werden samengesmolten tot één modern personage in de gedaante van een zwerfster in de metro van Parijs, maar voor het laatste deel van deze interpretatie moet ik gezien de particuliere metaforiek een slag om de arm houden.[2]
  2. omvatten, tot iets tellen, rekenen
    • De onkosten zijn eronder (or erin) begrepen. 
  3. bevatten, inhouden
    • Vijf is zesmaal in dertig begrepen. 
  4. voelen wat iemand denkt of wil
    • Je begrijpt me ook nooit! roept de vrouw tegen haar man. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen