begrijpen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
begrijpen begrijpend
begrip begrepen
- begrijpelijk
Uitspraak
Woordafbreking
  • be·grij·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
begrijpen
begreep
begrepen
klasse 1 volledig

Werkwoord

begrijpen

  1. (overgankelijk) met het verstand vatten, snappen
    Hij begreep het pas na een lange uitleg.
  2. omvatten, tot iets tellen, rekenen
    De onkosten zijn eronder (or erin) begrepen.
  3. bevatten, inhouden
    Vijf is zesmaal in dertig begrepen.
  4. voelen wat iemand denkt of wil
    Je begrijpt me ook nooit! roept de vrouw tegen haar man.
Vertalingen

Meer informatie