Naar inhoud springen

oma

Uit WikiWoordenboek
  • oma
enkelvoudbezitsvorm meervoud
naamwoord omaoma's oma's
verkleinwoord omaatje- omaatjes

deomav

  1. (familie) moeder van een ouder
     Wat mij altijd opvalt aan Marie-Claire is dat wanneer zij praat, het lijkt alsof er zes mensen aan het woord zijn: Claire de familieoudste, Claire de oma van Nikki, Claire de diepbedroefde moeder van Lauren en Casper, Claire de weduwe van Arend, Claire de grootaandeelhouder van Van Alphen, Claire die op haar oude dag volgens alle maatstaven nog steeds een aantrekkelijke vrouw is.[4]
     Zijn moeder kreeg vlak na zijn geboorte multiple sclerose. Zijn vader, druk met de zorg voor zijn chronisch zieke echtgenote, keek nauwelijks om naar Harry. Als enig kind werd hij opgevoed door zijn oma.[5]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[6]
  • oma

oma

  1. (spreektaal), (familie) oma, grootmoeder