oma

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oma
enkelvoud meervoud
naamwoord oma oma's
verkleinwoord omaatje omaatjes

Zelfstandig naamwoord

oma v

  1. (familie) de moeder van een ouder
Synoniemen
Overerving en ontlening
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Indonesisch

Woordafbreking
  • oma
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

oma

  1. (spreektaal), (familie) oma, grootmoeder
Synoniemen
Antoniemen