café

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·fé
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kroeg’ voor het eerst aangetroffen in 1897 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord café cafés
verkleinwoord cafeetje cafeetjes

Zelfstandig naamwoord

café o

  1. een uitgaansgelegenheid waar men dranken kan nuttigen
    • Zullen we nu naar het café gaan? 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
  • IPA: /ˈkæfeɪ/
enkelvoud meervoud
café cafés

Zelfstandig naamwoord

café

  1. café


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  café     le café     cafés     les cafés  

Zelfstandig naamwoord

café m

  1. café
  2. (drinken) koffie


Portugees

enkelvoud meervoud
café cafés

Zelfstandig naamwoord

café m

  1. (drinken) koffie


Spaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
café cafés

Zelfstandig naamwoord

café m

  1. (drinken) café
  2. (drinken) koffie
  3. koffieboom
  4. koffieboon