Naar inhoud springen

appels

Uit WikiWoordenboek
Appels
  • ap·pels

deappelsmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord appel
     De velden waren een hoorn des overvloeds vol granen en appels, olijven en sinaasappels. De boomgaard was zo weelderig dat je het een oerwoud zou kunnen noemen, en de lege fontein was veranderd in een levende bron, met de kruik van de sater overlopend van water.[1]
  1. Jessie Burton (vert.Marja Borg)
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704

appels

  1. meervoud van appel

appels

  1. meervoud van appel