er

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Deels afkomstig van een oude genitief van het voornaamwoord het, deels een verzwakte vorm van daar

Bijwoord

  1. (tweeletterwoord) onbepaald bijwoord van plaats: ergens
    Er is honger.
  2. als locatief deel van een voornaamwoordelijk bijwoord vervangt het een persoonlijk voornaamwoord: het, ze
    Je kunt de bergen boven het (landschap) zien => Je kunt er de bergen boven zien.
  3. partitief onder weglating van van
    Hij heeft er drie van => hij heeft er drie.
  4. als inleiding van een onpersoonlijke lijdende vorm van overgankelijke werkwoorden
    Er werden veel broden gebakken.
  5. als inleiding van een onpersoonlijke lijdende vorm van inergatieve werkwoorden
    Er werd gelachen en gejoeld.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Tweeletterwoorden in het Nederlands

afahaiatbo

Vertalingen


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • er
Naar frequentie 1

Werkwoord

er

  1. tegenwoordige tijd van være (tweeletterwoord)
    «En 26-årig mand er død, efter at han lørdag morgen blev ramt af et S-tog.»
    Een 26-jarige man is overleden nadat hij zaterdagmorgen werd aangereden door een sprinter.
Verwante begrippen
Tweeletterwoorden in het Deens

adafalatbydadeduejenénerethajajoninunyogohokomoposparosasetitoudviåhårøh


Duits

Uitspraak
enkelvoud meervoud
mannelijk vrouwelijk onzijdig
nominatief er sie es sie
genitief seiner ihrer seiner ihrer
datief ihm ihr ihm ihnen
accusatief ihn sie es sie
Woordafbreking
  • er

Persoonlijk voornaamwoord

er

  1. (tweeletterwoord) hij


Faeröers

Woordafbreking
  • er

Werkwoord

er

  1. tegenwoordige tijd van vera
    «Noreg er kongsveldi.»
    Noorwegen is een monarchie.
    «Niðurlond ella Háland er kongaríki í Evropa.»
    Nederland of Holland is een koninkrijk in Europa.


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /ær/ (Etsbergs)
Woordherkomst en -opbouw
  • Versteende mutatievorm van her (vgl. Nederlands hier)

Bijwoord

er

  1. hier


Noors

Woordafbreking
  • er
Naar frequentie 3

Werkwoord

er

  1. tegenwoordige tijd van være (tweeletterwoord) (betekenis [A])
Verwante begrippen
Tweeletterwoorden in het Noors

akamanatavbabeBHbhbobydadedidodueieneretfagagihajajolamininunyogOKokògomrosasesitatitoTVtvutviøløvår


Nynorsk

Woordafbreking
  • er

Werkwoord

er

  1. tegenwoordige tijd van vera (tweeletterwoord)

Werkwoord

er

  1. tegenwoordige tijd van vere
Verwante begrippen
Tweeletterwoorden in het Nynorsk

amanatavbebobydadedidodueieneretfagihajajolamininunyogògOKokomoposrosasitatitoTVtvutviøløvåhår


Zweeds

Persoonlijk voornaamwoord

er

  1. (tweeletterwoord) jullie (voorwerpsvorm)

Bezittelijk voornaamwoord

er

  1. jullie
Verwante begrippen
Tweeletterwoorden in het Zweeds

bobyen