er

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Deels afkomstig van een oude genitief van het voornaamwoord het, deels een verzwakte vorm van daar [1]

Bijwoord

  1. (tweeletterwoord) onbepaald bijwoord van plaats: ergens
    • Er is honger. 
  2. als locatief deel van een voornaamwoordelijk bijwoord vervangt het een persoonlijk voornaamwoord: het, ze
    • Je kunt de bergen boven het (landschap) zien => Je kunt er de bergen boven zien. 
  3. partitief onder weglating van van
    • Hij heeft er drie van => hij heeft er drie. 
  4. als inleiding van een onpersoonlijke lijdende vorm van overgankelijke werkwoorden
    • Er werden veel broden gebakken. 
  5. als inleiding van een onpersoonlijke lijdende vorm van inergatieve werkwoorden
    • Er werd gelachen en gejoeld. 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Tweeletterwoorden in het Nederlands

afahaiatbobyebenerkoom

Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • er
Naar frequentie 1

Werkwoord

er

  1. tegenwoordige tijd van være (tweeletterwoord)
    «En 26-årig mand er død, efter at han lørdag morgen blev ramt af et S-tog.»
    Een 26-jarige man is overleden nadat hij zaterdagmorgen werd aangereden door een sprinter.
Verwante begrippen
Tweeletterwoorden in het Deens

adafalatbydadeduejenénerethajajoninunyogohokomoposparosasetitoudviåhårøh


Duits

Uitspraak
enkelvoud meervoud
mannelijk vrouwelijk onzijdig
nominatief er sie es sie
genitief seiner ihrer seiner ihrer
datief ihm ihr ihm ihnen
accusatief ihn sie es sie


Woordafbreking
  • er

Persoonlijk voornaamwoord

er

  1. (tweeletterwoord) hij


Faeröers

Woordafbreking
  • er

Werkwoord

er

  1. tegenwoordige tijd van vera
    «Noreg er kongsveldi.»
    Noorwegen is een monarchie.
    «Niðurlond ella Háland er kongaríki í Evropa.»
    Nederland of Holland is een koninkrijk in Europa.


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /ær/ (Etsbergs)
Woordherkomst en -opbouw
  • Versteende mutatievorm van her (vgl. Nederlands hier)

Bijwoord

er

  1. hier


Noors

Woordafbreking
  • er
Naar frequentie 3

Werkwoord

er

  1. tegenwoordige tijd van være (tweeletterwoord)
Verwante begrippen
Tweeletterwoorden in het Noors

akamanatavbabeBHbhbobydadedidodueieneretfagagihajajolamininunyogOKokògomrosasesitatitoTVtvutviøløvår


Nynorsk

Woordafbreking
  • er

Werkwoord

er

  1. tegenwoordige tijd van vera (tweeletterwoord)

Werkwoord

er

  1. tegenwoordige tijd van vere
Verwante begrippen
Tweeletterwoorden in het Nynorsk

amanatavbebobydadedidodueieneretfagihajajolamininunyogògOKokomoposrosasitatitoTVtvutviøløvåhår


Zweeds

Persoonlijk voornaamwoord

er

  1. (tweeletterwoord) jullie (voorwerpsvorm)

Bezittelijk voornaamwoord

er

  1. jullie
Verwante begrippen
Tweeletterwoorden in het Zweeds

alavbibobyCDdeduejekenergehaisjajokoleninunyomrosaosesytatetyurviånåråsåtärätöl