taks

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • taks
enkelvoud meervoud
naamwoord taks taksen
verkleinwoord taksje taksjes

Zelfstandig naamwoord

taks m

  1. (zoogdieren) m dashond [1]

taks v / m [2]

  1. bepaalde hoeveelheid
  2. belasting, heffing
Hyponiemen
Afgeleide begrippen


Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl