meestergast

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mees·ter·gast
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord meestergast meestergasten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

meestergast m [1]

  1. leidinggevende over een groep arbeiders
    • De fabriek van de toekomst bestaat al. Ze staat in het centrum van Marke, bij machinebouwer Michel Van de Wiele. ‘Hier in deze cabine zit onze meestergast die het productieproces aanstuurt. Zeg hem maar een goeiedag’, zegt ceo Charles Beauduin (57) grijnzend terwijl hij ons aan een stevig tempo een rondleiding geeft in zijn bedrijf. Voor alle duidelijkheid: in de cabine zit een robot. ‘Mensen denken te snel dat iets niet kan hier in Vlaanderen.’’ [2] 
    • ‘We pikken dit niet, die straffen staan niet in het arbeidsreglement. We willen niet dat de drie een sanctie krijgen voor een menselijke fout in het productieproces’, zeggen arbeiders. Jan Maeseele van de christelijke vakbond beaamt het verhaal. ‘Er was ook een meestergast aanwezig en ook die heeft de fout niet gezien. Hij kwam er vanaf zonder straf. Maar wij willen zeker geen straf voor hem, integendeel.’ [3] 
    • Ligt er je iets op de lever, dan vertel je dat gewoon. We zijn overgestapt van een hiërarchische naar een meer coachende stijl. Onze meestergasten noemen we bewust teamleaders. Bij SVK worden vooral opleiding, doorgroeimogelijkheden, sfeer, aandacht voor veiligheid en correcte verloning gewaardeerd. [4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen