vrees

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrees
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vrees -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

vrees v

  1. (formeel) het gevoel dat iets gevaarlijk is of kan zijn
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Werkwoord

vervoeging van
vrezen

vrees

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vrezen
    Ik vrees.
  2. gebiedende wijs van vrezen
    Vrees!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vrezen
    Vrees je?


Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl