variété
Uiterlijk
- va·ri·é·té
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voorstelling met afwisselend programma’ voor het eerst aangetroffen in 1919 [1] [2][3]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | variété | variétés |
| verkleinwoord | variéteetje | variéteetjes |
het variété o
- voorstelling waarin een afwisselend programma van zang, dans, goocheltoeren, acrobatiek enz. vertoond wordt
- Het woord variété staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "variété" herkend door:
| 88 % | van de Nederlanders; |
| 86 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "variété" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ variété op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| variété | la variété | variétés | les variétés |
variété v
- variëteit [1]; verscheidenheid; afwisseling
- (biologie) variëteit [2]
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 88 %
- Prevalentie Vlaanderen 86 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 7
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Biologie in het Frans