balletje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak

(heteroniem)

Woordafbreking
  • [1] bal·le·tje
  • [2] bal·let·je

Zelfstandig naamwoord

balletje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord bal
  2. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord ballet
Hyponiemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.