karakter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·rak·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aard, kenmerk’ voor het eerst aangetroffen in 1764 [1]
  • Van Grieks charaktèr (stempel als stempelresultaat, kenmerk). Van Grieks charassein (inkrassen). Van charax (paal). [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord karakter karakters
verkleinwoord karaktertje karaktertjes

Zelfstandig naamwoord

karakter o

  1. aard, geaardheid, inborst, natuur, wezen
    • Hij is erg zacht van karakter. 
  2. een glief zoals een letter, figuur, symbool
    • Er stond een karakter verkeerd, maar de tekst was nog goed te lezen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen