facelift

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • face·lift
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘het optrekken van gezichtshuid’ voor het eerst aangetroffen in 1937 [1]
  • Leenwoord uit het Engels.
enkelvoud meervoud
naamwoord facelift facelifts
verkleinwoord faceliftje faceliftjes

Zelfstandig naamwoord

facelift m

  1. (medisch) een cosmetische ingreep van de chirurgie ter verfraaiing van het gezicht
    • Door middel van een facelift kunnen rimpels verminderd worden. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen