liep

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • liep

Werkwoord

vervoeging van
lopen

liep

  1. enkelvoud verleden tijd van lopen
    • Ik liep. 
    • Jij liep. 
    • Hij, zij, het liep. 
    • Hij liep met zijn vriendin op het strand. 
Vaste voorzetsels
  • liep mis

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.