tweeling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een tweeling.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • twee·ling
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘twee in één dracht geboren kinderen’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • Afgeleid van twee met het achtervoegsel -ling [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord tweeling tweelingen
verkleinwoord tweelingetje tweelingetjes

Zelfstandig naamwoord

tweeling m

  1. twee wezens die met zijn tweeën tegelijk in één buik ontwikkeld zijn
    • Tweelingen hebben al vaak meegewerkt aan wetenschappelijk onderzoek, waarvoor zij door hun bijzondere achtergrond van grote betekenis zijn. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen