Naar inhoud springen

tweeling

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Tweeling
Een tweeling.
  • twee·ling
  • In de betekenis van ‘twee in één dracht geboren kinderen’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • Afgeleid van twee met het achtervoegsel -ling [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord tweeling tweelingen
verkleinwoord tweelingetje tweelingetjes

de tweelingm

  1. twee wezens die met zijn tweeën tegelijk in één buik ontwikkeld zijn
    • Tweelingen hebben al vaak meegewerkt aan wetenschappelijk onderzoek, waarvoor zij door hun bijzondere achtergrond van grote betekenis zijn. 
99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]