protestant

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·tes·tant
Woordherkomst en -opbouw
  • Letterlijk: iemand die protesteert. Van Latijn protestari (publiekelijk verklaren, getuigen). Van pro- (voor) + testari (getuigen). Dit laatste van testis (getuige).
  • Naamwoord van handeling van protesteren met het achtervoegsel -ant [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord protestant protestanten
verkleinwoord protestantje protestantjes

Zelfstandig naamwoord

protestant m [2]

  1. christen die is aangesloten bij het protestantisme, een van de kerkgenootschappen ontstaan door afsplitsing van de Rooms-Katholieke Kerk in de zestiende eeuw
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen protestant protestanter protestantst
verbogen protestante protestantere protestantste

Bijvoeglijk naamwoord

  1. protestants


Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal

Meer informatie