mevrouw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·vrouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mevrouw mevrouwen
verkleinwoord mevrouwtje mevrouwtjes

Zelfstandig naamwoord

mevrouw v

  1. een gehuwde vrouw
Afkorting
mevr.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
mevrouwen

mevrouw

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mevrouwen
    • Ik mevrouw. 
  2. gebiedende wijs van mevrouwen
    • Mevrouw! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mevrouwen
    • Mevrouw je?