trots

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trots
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen trots trotser trotst
verbogen trotse trotsere trotste

Bijvoeglijk naamwoord

trots

  1. erg blij met wat men (bereikt) heeft
Vertalingen

Voorzetsel

trots

  1. ondanks.
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord trots -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

trots m

  1. denken dat men beter is dan anderen
  2. het gevoel dat men wil pronken met wat men heeft of doet
Afgeleide begrippen
Vertalingen