lange

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lan·ge

Bijvoeglijk naamwoord

lange

  1. verbogen vorm van de stellende trap van lang
Woordherkomst en -opbouw
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Lange tenen hebben
erg gauw boos zijn, zich om het minste of geringst aangevallen of beledigd voelen, of een onderwerp maar niet kunnen loslaten en er steeds op terug blijven komen
  • Lange vingers hebben
veelvuldig stelen
  • Een lange arm hebben
iemand zelfs vanaf een grote afstand nog dwars kunnen zitten
  • Een lange neus maken
tong uitsteken, iemand iets inpeperen (Jaloers maken)
  • Het zijn niet alleen koks die lange messen dragen.
uiterlijk vertoon bewijst niets ofwel: het gereedschap hebben maakt iemand nog geen vakman
  • Het zijn niet allen koks die lange messen dragen
  • Iets op de lange baan schuiven
iets uitstellen
  • Met lange tanden eten
met tegenzin eten

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Deens

Woordafbreking
  • lan·ge
Naar frequentie 1736

Bijvoeglijk naamwoord

lange, g / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van lang

lange, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van lang


Noors

Woordafbreking
  • lan·ge
Naar frequentie 1819

Bijvoeglijk naamwoord

lange, m / v / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van lang

lange, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van lang


Nynorsk

Woordafbreking
  • lan·ge

Bijvoeglijk naamwoord

lange, m /v / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van lang

lange, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van lang

Werkwoord

lange

  1. gebiedende wijs van lange
Schrijfwijzen