personen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • per·so·nen

Zelfstandig naamwoord

personen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord persoon

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.


Achterhoeks

Zelfstandig naamwoord

personen

  1. meervoud van persoon


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • per·so·nen
Naar frequentie 5136

Zelfstandig naamwoord

personen

  1. nominatief bepaald gemeenschappelijk geslacht enkelvoud van person


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

personen

  1. meervoud van persoon


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • per·so·nen
Naar frequentie 2734

Zelfstandig naamwoord

personen

  1. nominatief bepaald mannelijk enkelvoud van person


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • per·so·nen

Zelfstandig naamwoord

personen

  1. nominatief bepaald mannelijk enkelvoud van person


Zweeds

Uitspraak
Naar frequentie 2096

Zelfstandig naamwoord

personen

  1. nominatief bepaald gemeenschappelijk geslacht enkelvoud van person