diffuus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dif·fuus
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verspreid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1669 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen diffuus diffuser diffuust
verbogen diffuse diffusere diffuuste
partitief diffuus diffusers -

Bijvoeglijk naamwoord

diffuus

  1. (medisch) zonder scherpe begrenzing
    • Een zwelling van een speekselklier kan diffuus of gelokaliseerd zijn. Een diffuse zwelling betreft de hele klier [... [2]
  2. (natuurkunde) in willekeurige richtingen verstrooid
    • Bij een bewolkte hemel bereikt ons alleen de diffuse component van het licht. 
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Chronologisch Woordenboek, Nicoline van der Sijs
  2. p.p 296. Leerboek chirurgie By H A Bruining, H.A. Bruining e.a. Published by Bohn Stafleu van Loghum, 1997 ISBN 9031322067, ISBN 9789031322060