paraplu

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·ra·plu
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord paraplu paraplu's
verkleinwoord parapluutje parapluutjes

Zelfstandig naamwoord

paraplu m

  1. een scherm waarover een waterdichte stof is gespannen om zich te beschermen tegen de regen
    • Met zulke donkere wolken buiten zou ik maar een paraplu meenemen. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl