boxer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boxer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boxer boxers
verkleinwoord boxertje boxertjes

Zelfstandig naamwoord

boxer m

  1. (kleding) een ruimvallende onderbroek
  2. (dierkunde) een hondenras
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl