zonneschijn

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·ne·schijn
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zonneschijn -
verkleinwoord zonneschijntje

Zelfstandig naamwoord

zonneschijn m

  1. het licht dat van de zon afkomstig is
    • Het was opnieuw een prachtige dag met volop zonneschijn. 
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Na regen komt zonneschijn
    • Na een tegenslag volgt altijd weer iets beters.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be