koningin

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·nin·gin
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord koningin koninginnen
verkleinwoord koninginnetje koninginnetjes

Zelfstandig naamwoord

koningin v

  1. (regering) (adel) het vrouwelijk hoofd van een koninkrijk
  2. (adel) de vrouw van een koning
  3. (schaak) het schaakstuk dat zich in alle richtingen mag bewegen
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl