koningin

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·nin·gin
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord koningin koninginnen
verkleinwoord koninginnetje koninginnetjes

Zelfstandig naamwoord

koningin v

  1. (regering) (adel) het vrouwelijk hoofd van een koninkrijk
  2. (adel) de vrouw van een koning
  3. (schaak) het schaakstuk dat in alle richtingen mag worden bewogen
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·nin·gin

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord koningin koninginne

koningin

  1. (regering) (adel) koningin
  2. (kaartspel) koningin, vrouw, dame
  3. (schaak) koningin, dame
  4. (insecten) koningin