geoefend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·oe·fend
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
oefenen

geoefend

  1. voltooid deelwoord van oefenen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geoefend geoefender geoefendst
verbogen geoefende geoefendere geoefendste
partitief geoefends geoefenders -

Bijvoeglijk naamwoord

geoefend [1]

  1. door veel oefening heel bedreven zijn
    • De nieuwe Hengelose BigGym, met zeven medewerkers waarvan vier instructeurs/-trices, richt zich op alle categorieën vanaf 14 jaar. En zelfs nog jonger, zo is er voor 7- tot 14-jarigen twee keer per week een 'boxing kids'-programma: activiteiten die een relatie met de bokssport hebben. Maar geoefende bodybuilders kunnen er ook aan de slag, en alles daartussen. [2] 
    • De samenstelling van de groep vroege vogels is divers. De geoefende wandelaars – herkenbaar aan hun North Face-rugzakken met veldfles en wandelschoenen met dikke profielzool – pik je er zo uit. [3] 
    • ,,Onze gemeenschappelijke deler is herrie!’’ zegt Kwint. ,,Alleen het geoefende oor registreert onze verschillende smaken.’’ [4] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen