worden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wor·den
Woordherkomst en -opbouw
Middelnederlands: werden
Oudnederlands: werthan
Germaans: *werþanan
Indo-Europees: *wert-
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: worth (Angelsaksisch: weorþan), Duits: werden, (Oudhoogduits: werdan), Fries: wurde (Oudfries: wertha)
Noord: Zweeds: varda, Deens: vorde, Noors: verta, verte, verda, (Nynorsk: vart, Oudnoors: verða), IJslands/Faeröers: verða
Oost: Gotisch: wairþan
  • Verwant in Romaans:
Italisch Latijn: vertere, Frans: verser, Italiaans: versare
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
worden
werd
geworden
klasse 7 volledig

Werkwoord

worden

  1. (hulpwerkwoord) vormt de lijdende vorm
    "Ik word geslagen" is een lijdende zin.
  2. (koppelwerkwoord) gaan zijn, zich ontwikkelen tot
    Hij wil piloot worden als hij groot is.
  3. (ergatief): gaan kosten
    Dat wordt dan zes euro tien, mevrouw!
Opmerkingen
  1. Verleden tijd is soms ook wierd.
    'Owienie alleen, de jongste, en
    wierd geen vogel, maar zat spraakloos,
    oud, verrunseld daar, en lustloos,...[1]
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.
Verwijzingen
  1. r 193-195 Osseo
    Guido Gezelle