boon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Phaseolus vulgaris
Uitspraak
Woordafbreking
  • boon
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘zaad van peulvrucht’ voor het eerst aangetroffen in 1210 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord boon bonen
verkleinwoord boontje boontjes

Zelfstandig naamwoord

boon v/m

  1. (plantkunde) (voeding) Phaseolus vulgaris op Wikispecies Vicia faba op Wikispecies vlinderbloemige plant met rode, witte of paarse bloemen, waaruit de eetbare peulvruchten groeien
  2. zaadje uit de peulvrucht van enige vlinderbloemige planten, waarvan men alleen de zaden ofwel de gehele vrucht eet
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • een heilig boontje
iemand die heel braaf is, of zich eerder uit schijnheiligheid zo voordoet
  • in de bonen zijn
in de war zijn
  • je eigen boontjes doppen
zelfstandig zijn, voor jezelf kunnen zorgen
Spreekwoorden
  • ieder boontje geeft zijn toontje
  • boontje komt om zijn loontje
    • gezegd van iemand die na een misstap zijn verdiende straf krijgt
  • honger maakt rauwe bonen zoet
    • voor wie echt honger heeft, smaakt alles goed
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord boon bone

Zelfstandig naamwoord

boon

  1. kleur


Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • boon
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord bōn (= gebed).
stellend vergrotend overtreffend
boon - -

Bijvoeglijk naamwoord

boon

  1. lustig, vriendelijk, vrolijk
  2. (verouderd) gunstig, voordelig
Synoniemen
Antoniemen
enkelvoud meervoud
boon boons

Zelfstandig naamwoord

boon

  1. attentie
  2. gave
  3. gunst
  4. kameraad
  5. zegen
  6. zegening
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [4]: boon companion
een intimus
een favoriete metgezel
een leuke pimpelaar
  • [4]: boon fellow
een pimpelaar
  • [5]: to prove a boon
zich als zegen betonen
  • [5]: boon and bane
vloek en zegen


Yucateeks

Zelfstandig naamwoord

boon

  1. kleur