touw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • touw
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘koord’ voor het eerst aangetroffen in 1286 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord touw touwen
verkleinwoord touwtje touwtjes

Zelfstandig naamwoord

touw o

  1. een middel om zaken bij elkaar te binden
    • Een touw bestaat doorgaans uit meerdere in elkaar gevlochten draden. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • aan de touwtjes trekken
    bepalende invloed hebben op het gedrag van anderen (verwijst naar marionet)
  • aan een touwtje hebben
    kunnen laten doen wat je wilt, domineren (verwijst naar een getemd dier)
  • in touw zijn
    bezig zijn, aan het werk zijn (verwijst naar scheepsgetouw)
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

Werkwoord

vervoeging van
touwen

touw

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van touwen
    • Ik touw. 
  2. gebiedende wijs van touwen
    • Touw! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van touwen
    • Touw je?