golfen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: golvenkolven

Nederlands

Uitspraak
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
golfen
golf


Woordafbreking
  • gol·fen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
golfen
golfte
golfde
gegolft
gegolfd
zwak -t

zwak -d

volledig

Werkwoord

golfen

  1. inergatief, (sport) het golfspel spelen
    • Er wordt door politici en managers veel gegolft. 
Opmerkingen
  • Als het werkwoord met een stemloze f wordt uitgesproken, is de vervoeging "golfte, gegolft", maar bij een uitspraak met een stemhebbende v wordt volgens spellingregel 12.D de vervoeging "golfde, gegolfd". In het laatste geval kan er verwarring ontstaan met de vervoeging van  golven ww . Andere Engelse leenwoorden die op twee manieren verbogen kunnen worden zijn briefen en surfen en afgeleide werkwoorden.
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen