colbert

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • col·bert
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘jas zonder panden’ voor het eerst aangetroffen in 1881 [1]
  • pseudo-Frans
enkelvoud meervoud
naamwoord colbert colberts
verkleinwoord colbertje colbertjes

Zelfstandig naamwoord

colbert m/o

  1. korte herenjas dat een deel is van een kostuum en tegenwoordig ook door vrouwen gedragen kan worden
    • Arie staat te dralen bij de pakken in de hoop dat iemand hem komt helpen. Hij voelt zich smoezelig in zijn afgedragen colbert. „Op de naden komt de voering er doorheen”, zei Janneke gisteren nog. Daarna wees ze met haar vinger naar een cup-a-soupvlek. „Een slonzer verslonst meer dan een pronkster verpronkt.” Dat had ze van haar moeder geleerd, het gold voor mannen ook.[2] 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen